
Je moest onzichtbaar zijn, hè. De mensen hoefden niet te weten wat er met hun poststukken zoal gebeurde. En ik deed de landelijke verspreiding buitenlandse poststukken, de LVBP, op het station Utrecht. Dus ik verdeelde die poststukken over de diverse trajecten. Als de VT eraan kwam, stond ik al op het perron met mijn wagonette. Zo noemden wij zo’n wagentje.
Op een ochtend —het was in 1970 of 1971, het was de tijd van Golda Meir — dacht ik opeens: ik moet er eens een hobby bij zoeken. Israel! Daar kwamen een hoop poststukken vandaan, de meeste voor Den Haag. Den Haag, dat was me te link, want je weet het niet, hè. Maar er waren ook poststukken voor privé adressen en die heb ik nog allemaal hier in mijn kibboetsschuurtje. Zo noem ik mijn schuurtje.
En ik deed het niet voor het geld, hoor. Rekeningen, bankcheques en zo stuurde ik gewoon door, een dag later. Maar ik heb een grote kennis van het land Israel gekregen, in de loop der jaren.
Dankzij de PTT.
Ha die Ben! Even bijlezen, druk met de crisis etc. Mooi stukje dit!
BeantwoordenVerwijderen