Posts tonen met het label Karel van het Reve. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Karel van het Reve. Alle posts tonen

maandag 20 april 2009

Natuurlijk kómt het wel eens voor

Vanochtend was ik teksten aan het corrigeren die getikt waren voor Deel IV van het Verzameld Werk van Karel van het Reve. De Delen I en II zijn in december verschenen bij Uitgeverij Van Oorschot, maar dat wist u al.
Tot die teksten behoorde Zo gaat dat in Rusland, een recensie van KvhR die in 1977 in Het Parool was verschenen over De merkwaardige lotgevallen van soldaat Ivan Tsjonkin, het boek van Vladimir Vojnovitsj.
Ik heb dat boek gelezen indertijd en het was een prachtig boek. KvhR vraagt zich in die recensie bijvoorbeeld af of een lezer iets van de Sovjet Unie komt te weten bij het lezen van een klucht, een satire, een schelmenroman. Hij zegt terecht: ja. Hij noemt als voorbeeld het bewaken van dat vliegtuig door de domme Ivan Tsjonkin. Het is niet de domheid van Ivan Tsjonkin, maar dat bewaken zelf dat je duidelijk maakt dat het verhaal absoluut niet in Nederland of in Duitsland of Engeland speelt. In kapitalistische landen worden een stuk of tien dingen bewaakt: de Tweede Kamer, het paleis van de koningin en nog zo een paar dingen. In landen als de Sovjet Unie wordt alles bewaakt. En nog steeds gaat het daar een beetje zo.
In die recensie vertelt KvhR dat Tsjonkin terecht komt bij Njoera met haar koe Krasavka, die even later in de recensie Krasovka wordt genoemd. Ik wist uit mijn hoofd ook niet meer hoe die koe heette, en ik had het boek ooit uitgeleend aan een goede kennis, ongetwijfeld, maar teruggegeven heeft hij het boek nooit. Dus het internet op om te zoeken of het Krasovka of Krasavka moest zijn. Ik kon niets vinden, dat komt wel eens voor.
Toen dacht ik: Wouter van den Berg kan ik mailen. Die spreekt Russisch en die kent bovendien vast dat boek. Wouter doet bovendien het register van de delen van het Verzameld Werk van KvhR. En al na zeer korte tijd mailde Wouter mij terug: Krasovka!
Pas om kwart voor zes vanmiddag ontving ik weer een mail van hem: Sorry, Krasavka! And that’s final.

dinsdag 7 april 2009

Daar won ik alles

Ik ben zetter geweest, dus ik weet hoe een boekpagina eruitziet. Hoe je zo’n pagina maakt. Hoe je een boek maakt. Ik ben zetter geweest net voordat de computer zijn intrede deed. Ik werkte op fotozetapparatuur. Diverse merken. De klant kwam met zijn kopij of met zijn diskette, en daar maakte je vervolgens iets van.
Ik heb het altijd zeer leuk werk gevonden, en ik geloof ook dat ik er goed in was.
Ik heb altijd gevonden dat de boekpagina’s van Van Oorschot de allerbeste zijn, de mooiste boekpagina’s ooit in Nederland gemaakt. Zie bijvoorbeeld het Verzameld Werk van Karel van het Reve, waarvan de Delen I en II een paar maanden geleden zijn uitgekomen. Niet alleen is dat pure literatuur, het is ook wonderschone opmaak. Er is geen andere uitgeverij die dat zo goed op orde heeft. Van Oorschot gebruikt ook nog eens de correcte spelling van de Nederlandse taal, die gaat volgens de Herziene Woordenlijst van 1990. Alom hulde, dus.
Het is altijd mijn streven geweest om eens zo’n Van Oorschotje te maken of er op zijn minst aan mee te werken.
En dat lukt ook nog eens! Wouter van den Berg nodigde me vorig jaar uit, als vrijwilliger mee te werken aan het Verzameld Werk waar ik zojuist over sprak. Er zijn zo’n twintig vrijwilligers die al Karels werk tikken en corrigeren. Ik heb ongeveer 200 pagina’s gecorrigeerd.
Nu heb ik me gisteren ook aangeboden als tikker en Lieneke Frerichs, die de redactie voert over het geheel, was dolblij. Ze weet niet half hoe dolblij ik ben.

woensdag 18 maart 2009

Wilde beestentemmer in het circus

- Mijn printer zegt ‘Raccoon’ als hij aan het printen is.
- Hij maakt inderdaad dierlijke geluiden.
- Het is al een oudje: een HP Deskjet negenhonderdzoveel.
- Maar ik kwam om over een ander onderwerp te praten. Je levensverwachtingen, is daar iets van terechtgekomen?
- Op de lagere school hadden alle jongens — meisjes zaten in het katholieke Limmen op een meisjesschool, want het was natuurlijk veel te gevaarlijk om de jongens en de meisjes samen te doen — in die tijd hadden alle jongens grote plannen. Ze wilden piloot, vrachtwagenchauffeur, wilde beestentemmer in het circus worden. Wat ik wilde? Ik kon nog kiezen, vond ik, tussen professor, schrijver of beroemd concertpianist worden.
- Daar is weinig van terechtgekomen.
- Onderwijzer worden, dat heb ik ook een tijdje gehad.
- Daar is ook niets van gekomen.
- Nee, maar ik zou jou wel kunnen onderwijzen over oude Engelse muziek, over de bijbel, over Karel van het Reve, Gerard Reve, Piet Grijs of Rudy Kousbroek.
- Vreemd dat je zowel Karel als Gerard noemt.
- Eerst vond ik Gerard mooi schrijven. Totdat ik Karel begon te lezen, in 1975 of daaromtrent. Je weet dat hij heeft geschreven over de verschrikkelijke slechtheid van het opperwezen. Maar wist je dat hij eind 1970 al een prachtig stuk heeft geschreven in de Haagse Post, over de onbeleefdheid en onverdraagzaamheid van het christendom?
- Dat wist ik niet, nee.
- Dat komt in deel 3 of 4 van zijn Verzameld Werk te staan. Dat komt eind van dit jaar uit.
- En de bijbel ben je ook gaan lezen. Waarom? Wou je soms een christen worden?
- Nee. Ik weet eigenlijk niet waarom ik de bijbel ben gaan lezen. Het is een slecht geschreven boek. De meeste echte bijbelkenners zijn geen christenen. Christenen kennen dat boek niet. Maarten ’t Hart heeft er nog een aardig boekje aan gewijd, De Schrift betwist, dat ik iedere christen aanraad te lezen. Iedere christen zou ook Max Molovich moeten lezen: die vertelt heel leuk over het Oude Testament.
- En die oude Engelse muziek?
- Ik ben bijvoorbeeld een liefhebber van de muziek van John Bull (1562-1628), van wie de Aartsbisschop van Canterbury eens zei: ‘The man hath more music than honesty and is as famous for marring of virginity as he is for fingering of organs and virginals.’ Bull moest Engeland ontvluchten, en hij vluchtte naar De Nederlanden. Hij schreef moeilijke muziek die toch prettig is om naar te luisteren, zoals deze gaillarde.
- Ik ben blij je weer eens gezien te hebben.

donderdag 11 december 2008

In een leeuwenbek

Ik heb vannacht de reis die Alice en ik gistermiddag maakten nog eens overgedaan. Hoewel wel gezegd is dat dromen niets waard zijn, in elk geval niet genoeg waard om op papier te zetten, noteer ik hier toch maar wat ik droomde.
Gistermiddag reden we met de bus, de trein en met de fietstaxi naar Herengracht 609 te Amsterdam. Het ging zonder ongelukken, al was mijn hartslag oorverdovend hard tijdens de treinreis. Vannacht reden we per fietstaxi van Egmond direct naar Amsterdam, waarbij de bestuurder een lange jongeman was die tijdens het trappen af en toe bromfietsgeluiden maakte. ‘Om de snelheid te verhogen,’ zei hij.
‘Maar u heeft geen motor!’ riep ik uit.
‘Maar ik ga tóch harder!’ zei de jongeman.
‘De zoveelste met een eigen overtuiging,’ fluisterde ik tegen Alice, die rechts naast me zat.
‘Welk adres wou u hebben?’ vroeg de jongeman.
‘Herengracht 609,’ zei ik, ‘het gebouw van Uitgeverij Van Oorschot.’
‘Die zit op Herengracht 613, hoor.’
‘Doet u dat dan maar.’
Uiteindelijk belandden we in een éénrichtingsverkeersstraatje en daar stond links van de weg de heer Maarten Biesheuvel op een trap voor de deur van nummer 609. Hij rookte een sigaartje. ‘U bent vast toeristen,’ zei Maarten, ‘dus komt u maar binnen. Eva is er ook.’
Wij naar binnen, Alice had haar vele camera’s al in de aanslag, want iedereen moest gefotografeerd worden. Het was ook wel een vreemd gezelschap, waarin het helemaal niet misstond om een bloempot op je hoofd te dragen, zoals Theo ‘Krijs’ de Waard.
‘Hallo Theo, jij ook hier?’ begroette ik hem.
‘Uiteraard,’ schreeuwde Theo terug.
‘Je bloemen moeten een beetje water hebben.’
‘Dat hoeft alleen op even dagen, dus niet op woensdag. Vandaag is het woensdag.’
‘Heb je Wouter en Carla nog gezien?’
‘Nee, die komen te laat.’
‘Dan wachten we maar even,’ zei ik, en terwijl ik dat zeg staat Carla over me heen gebogen.
‘Carla?’ zeg ik.
‘Ja, houd je mond maar,’ zegt ze en ze geeft me een paar flinke klappen met twee fotoboeken, waarna ze zich opricht en over de menigte uitkijkt. Ze doet haar benen van elkaar en daar tussendoor verschijnt Wouter, die, zoals u misschien bekend is, tamelijk klein en ook tamelijk dik is. Een gezellige dikzak, zeggen we thuis.
‘Ha, die Wouter!’
‘Ha, die Ben!’
Ik til hem op en zet hem op de stoel naast Alice. Ik ga me bezighouden met De Grote Kunstenares die me net die tikken met haar fotoboeken had gegeven.
‘Waarom deed je dat nou?’ vraag ik haar.
‘Dat deed ze voor de gein,’ zegt Theo de Waard, en hij loopt dansend met Carla weg.
Dan hoor ik Wouter nog iets zeggen tegen Alice: ‘Kom toch bij míj werken!’
Alice zegt kwaad: ‘Neen! Ik heb een zoon en daar heb ik genoeg mee te stellen! En dan heb ik Ben nog, die ook allerhande dingen heeft. Dus neen, Wouter!’
Ze maakt nog een foto van de kleine, dikke Wouter en ik tik Wouter bemoedigend op zijn volle schouders en meer heb ik niet onthouden van die droom.
‘Dank je wel, schat,’ zei ik vanochtend dromerig tegen Alice.

maandag 17 november 2008

We kunnen wel wat gaan wandelen

Ik ben, door een hersenziekte waaraan ik lijd: heimwee, een slecht reiziger. Ik voel me veilig binnen het gebied dat begrensd wordt door de plaatsen Beverwijk, Uitgeest, Alkmaar en Bergen. Daarbuiten kom ik nauwelijks. Nog veiliger is natuurlijk Egmond aan Zee, en het állerveiligst voel ik mij als ik thuis ben.
Maar soms moet je alle gevaren trotseren die maar te trotseren zijn: ik ga 10 december a.s. naar de presentatie van de eerste twee delen van het Verzameld Werk van Karel van het Reve. Die presentatie zal te Amsterdam worden gehouden, op een adres dat ik wel ken, maar waarvan ik niet zeker weet of ik het hier mag noemen. Te Amsterdam dus.
Voor een gemiddeld mens is dat een wissewasje. Nietwaar, je gaat per trein naar Amsterdam, en in Amsterdam pak je een tram. Kunstje van niets.
Voor mij niet.
Het zal wel trillen en zweten worden, maar ik prijs me gelukkig dat Alice meegaat. Zij zal me van mijn heimwee verlossen. Kan ik eindelijk Wouter eens in levenden lijve ontmoeten, want hij zal ook bij die presentatie aanwezig zijn.
(O ja, Wouter. Ik mis in je blogroll de site van je vrouw Carla en de even grandioze site over het vertalen.)

dinsdag 19 augustus 2008

Op normale toon

‘The great enemy of clear language is insincerity,’ zei George Orwell eens. Daar heeft hij groot gelijk in gehad, natuurlijk, luister maar eens naar een dominee of een pastoor die je komt uitleggen over Jezus. Of luister maar eens naar oud-minister Winsemius, als hij de snelwegpanorama’s verdedigt. Die snelwegpanorama’s zijn stukken bos of wei die behouden moeten blijven, en die ook voor minder stress gaan zorgen bij autobestuurders, want die hebben, als ik het goed heb begrepen, nu kijkseconden. Ze gaan ook zorgen voor meer doden in het autoverkeer, zou ik denken.
Karel van het Reve heeft in 1978 in zijn Huizingalezing gehakt gemaakt van een bepaald soort taalkundigen. Het raadsel der onleesbaarheid heette die lezing, omdat hij door sommige teksten van die taalkundigen niet heen kon komen. Ik heb zijn stuk gelezen als een aanval op de oneerlijkheid.
U moet er maar eens op letten: een oneerlijk mens gebruikt vaak grote woorden. Of, als hij wat slimmer is, te gewone woorden. Gek, ik moet gelijk denken aan Obama.